De smalle riemen van het CBS  

Het CBS roeit met de riemen die het heeft. En doet dat vrij netjes. Toch valt er wel wat aan te merken op haar recente voorstel voor een herijking van de indicatoren voor de financiering van het Onderwijsachterstandenbeleid. (https://dashboards.cbs.nl/longreads/2026/onderzoek-herijking-risico-indicator-onderwijsachterstanden-basisonderwijs-fase-2/)

Ruim 40 jaar geleden is de “gewichtenregeling” ontwikkeld. Op basis daarvan kregen scholen extra geld om onderwijsachterstanden van kinderen opgroeiend in ongunstige omstandigheden te bestrijden. Er werden toen drie indicatoren onderscheiden, opleiding, beroep en etniciteit van ouders, waarmee de kans op schoolsucces werd geschat. Die bleek niet erg groot. Na verloop van jaren werd gefocust op het ouderlijk opleidingsniveau. De samenhang daarvan met schoolsucces wordt vaak “sterk” genoemd, maar is dat met een correlatie van rond de 0.25 en een verklaarde variantie van 6% geenszins (94% hangt samen met andere factoren). 

Enkele jaren geleden heeft het CBS een “nieuwe” regeling ontworpen. Ik heb daar kritiek op geuit (https://www.geertdriessen.nl/nl/nieuws/weinig-fiducie-in-vernieuwde-gewichtenregeling-onderwijsachterstandenbeleid/). Ik achtte de opname van een pseudo IQ-test conceptueel merkwaardig, ook vanwege het late afnamemoment. Ik vond daarnaast de opname van twee uiterst scheef verdeelde kenmerken (schuldsanering en verblijfsduur moeder) overbodig, vooral omdat ze nauwelijks wat toevoegden aan verklaringskracht. Bovendien vond ik het voor de praktijk onbegrijpelijk dat met deze regeling scholen niet meer wisten wie hun achterstandskinderen waren, respectievelijk voor wie ze al dat extra geld kregen (en zouden moeten besteden). Het kostte me veel moeite om bij het CBS wat extra informatie los te peuteren. Het CBS had duidelijk geen zin om openheid van zaken te geven. In het huidige rapport heeft het CBS enkele aanpassingen gedaan. Het doet nu alsof ze het zelf allemaal bedacht heeft; naar eerdere kritiek wordt nergens verwezen.

De kern van de werkwijze is gelijk gebleven. Het CBS probeert met behulp van zo’n 220 (!) (dummy-)variabelen te achterhalen met welke daarvan het beste verschillen in doorstroomtoetsscores  kunnen worden verklaard. Daarbij wordt, gelet op de omvang van de steekproef, een uiterst coulant significantiecriterium van 5% aangehouden. Waarom niet wat strenger? Met de uiteindelijk voorgestelde 6 kenmerken (48 variabelen) kunnen tussen de 13 en 16% van de toetsverschillen worden verklaard. Is dat voldoende om op basis daarvan vele miljarden aan subsidies te verdelen? Gangbaar is dat niet; ik vind het maar bedenkelijk.

Hoe het CBS tot haar voorstel komt, wordt (opnieuw) uiterst cryptisch beschreven. Weer ontbreekt het aan simpele basisinformatie, zoals de gemiddelden/percentages, standaardafwijkingen, en aantallen leerlingen per variabele. En waarom wordt er niet gewoon een correlatietabel variabele x doorstroomtoetsscore getoond? En hoe sterk hangen de kenmerken onderling samen? En zijn alle categorieën van de vele gedummificeerde kenmerken gevuld met voldoende leerlingen? Daar begin je toch mee! Omdat al dit soort cruciale informatie ontbreekt, is het lastig kritiek te geven.

Het CBS richt zich op vijf doorstroomtoetsen. Over de betrouwbaarheid en validiteit daarvan zijn ondertussen al vele (louter negatieve) opmerkingen gemaakt. Daar kan het CBS niets aan doen. Omdat er binnenkort weer wijzigingen gepland zijn, loopt het CBS wel achter de feiten aan. Dan zal er daarom weer een nieuwe herijking moeten plaatsvinden. Maar dat moet aan de onkunde van de respectievelijke bewindslieden worden toegeschreven.

Onduidelijk is eigenlijk waarom deze hele operatie überhaupt nodig is. Het percentage verklaarde variantie is vergelijkbaar met dat van de huidige risico-indicatoren. En er zijn ook geen dramatische verschuivingen qua toegekende schoolbudgetten. Waarom dan die hele heisa? Wat is precies de meerwaarde?

Tenslotte. Het CBS ploetert braaf (u vraagt, wij draaien) door op het ruim een halve eeuw geleden ingeslagen pad: scholen met “achterstandskinderen” krijgen subsidie om mogelijk nadelige effecten daarvan op de schoolloopbaan te bestrijden. Die (simpele) keuze is destijds gemaakt vanwege een samenhang tussen beide, al was (en is) die allesbehalve sterk. Helaas hebben al die tientallen miljarden aan subsidie niets (aantoonbaars) opgeleverd – in tegendeel. Ondanks al die enorme bedragen lijken de prestaties achteruit te hollen. Jammer dat het CBS dat fundamentele punt niet aankaart, laat staan ter discussie stelt. Het lijkt me ondertussen wel tijd worden hier eens serieus over na te denken en iets beters te bedenken. De toekenning, de besteding en de resultaten rammelen van alle kanten.